Blik op de Koers
Met een maandelijkse bijdrage helpen Emile, Willemijn of Harman met het navigeren van de financiële markten en de zaken die van invloed zijn op jouw vermogen.
Het januari-effect: is het nog steeds relevant voor jou?

Is jouw beleggingsjaar goed van start gegaan, ondanks alles wat er wereldwijd speelt? Dan heb je het januari-effect vast weer voorbij horen komen. Het is een bekende beurswijsheid: aandelen, en vooral kleinere bedrijven, zouden in de eerste weken van het jaar bovengemiddeld goed presteren. Maar wat houdt dit effect precies in? En kun je er vandaag de dag als belegger nog op sturen?
Het januari-effect is een seizoenspatroon dat al decennia bekend is. Onderzoekers constateerden dat aandelenrendementen in januari historisch hoger lagen dan in andere maanden. Vooral small caps – kleinere, minder verhandelde bedrijven – lieten vaak sterke koersstijgingen zien. Dat klinkt aantrekkelijk: een herkenbaar patroon dat extra rendement zou kunnen opleveren.
De meest gehoorde verklaring ligt aan het einde van het voorgaande jaar. In december verkopen beleggers verlieslatende beleggingen om fiscale redenen, het zogenoemde tax-loss selling. Door die verkopen komen vooral kleinere aandelen onder druk te staan. In januari verdwijnt deze verkoopdruk en keren beleggers terug, waardoor koersen herstellen. Ook nieuwe inleg aan het begin van het jaar, bonussen en een frisse dosis optimisme spelen daarbij een rol.
Daarbij is een belangrijke nuance op zijn plaats. Veel onderzoek naar het januari-effect is gebaseerd op de Amerikaanse markt. In Nederland – en breder in Europa – werken fiscale regels anders, waardoor dit effect hier altijd minder uitgesproken is geweest. Dat maakt het januari-effect voor Nederlandse beleggers minder betrouwbaar dan de theorie soms suggereert.
Historisch gezien werkte het effect lange tijd verrassend goed. Studies uit de jaren zeventig en tachtig lieten zien dat een aanzienlijk deel van het jaarrendement in januari werd behaald. In sommige perioden kwam zelfs vrijwel de volledige outperformance van small caps uit die ene maand. Het januari-effect kreeg daardoor een vaste plek in beleggingsboeken en columns.
Maar zoals bij veel beurswijsheden geldt: zodra een patroon algemeen bekend raakt, neemt de kracht ervan af. Vanaf de jaren negentig werd het effect al minder zichtbaar. Markten werden efficiënter, transactiekosten daalden en informatie werd sneller verwerkt. Bovendien zijn belasting gedreven verkopen minder voorspelbaar geworden.
Betekent dit dat je het januari-effect volledig kunt negeren? Niet helemaal. Sommige jaren laten nog steeds een sterke januarimaand zien, maar dat geldt net zo goed voor andere maanden. Het effect is diffuser geworden en vooral lastig vooraf te benutten. Achteraf is het eenvoudig te verklaren waarom januari goed was – of juist niet – maar vooraf is dat nauwelijks te timen.
Daar komt bij dat markten tegenwoordig vooral worden gedreven door structurele factoren zoals renteontwikkeling, inflatie, technologische innovatie en geopolitiek. Die bepalen het rendement op de middellange en lange termijn, niet de kalender.
De conclusie is dan ook helder: het januari-effect is interessant vanuit historisch perspectief, maar onbetrouwbaar als beleggingsstrategie. Wie vermogen wil opbouwen, doet er beter aan te focussen op discipline, spreiding en een lange adem. Dat werkt in januari – en net zo goed in alle andere maanden.
Blog: Blik op de koers
Het januari-effect: is het nog steeds relevant voor jou?

2025: De ontwikkelingen die van invloed waren op jouw vermogen

Box 3-compensatie: hoe je duizenden euro’s kunt terugkrijgen

De' Medici
Samen jouw financiële doelen bereiken?
Wil je meer informatie, heb je vragen of wil je ons persoonlijk spreken? We zijn er voor jou en staan klaar om je te helpen.

