Blik op de Koers

Met een maandelijkse bijdrage helpen Emile of Harman met het navigeren van de financiële markten en de zaken die van invloed zijn op jouw vermogen.

Waarom de laatste 10% winst soms de grootste fout kan zijn


{{brizy_dc_image_alt entityId=

Wie de financiële markten de afgelopen jaren heeft gevolgd, moet wel onder de indruk zijn van de enorme veerkracht van aandelen. Oorlogen, politieke spanningen, oplopende overheidsschulden, inflatiegolven en economische onzekerheid hebben de beurs slechts tijdelijk uit het lood geslagen. Steeds opnieuw werden nieuwe records bereikt. Vooral de Amerikaanse aandelenmarkt lijkt soms maar één richting te kennen: omhoog.

De belangrijkste drijvende krachten achter deze hausse zijn bekend. De opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) heeft een ware investeringsgolf ontketend. Grote technologiebedrijven investeren honderden miljarden dollars in datacenters, chips, software en infrastructuur. Daarnaast verwachten beleggers dat centrale banken de rente uiteindelijk weer zullen verlagen zodra de inflatie voldoende onder controle is. Ook de hoop op een afname van geopolitieke spanningen speelt een rol. Zodra er signalen verschijnen dat conflicten in Oekraïne of het Midden-Oosten kunnen afnemen, reageren markten vaak positief.

En dan is er nog het psychologische element. Beleggers zijn gevoelig voor optimisme. Wanneer politieke leiders, centrale bankiers of bedrijfsbestuurders uitstralen dat de toekomst rooskleurig is, wordt dat vaak vertaald in hogere aandelenkoersen. Zeker in de Verenigde Staten, waar vertrouwen en sentiment een belangrijke rol spelen, kan optimisme zichzelf versterken. Maar juist op momenten waarop vrijwel iedereen optimistisch is, zou je jezelf moeten afvragen: wat als de verwachtingen te hoog zijn geworden?

Hoge koersen betekenen niet automatisch hoge risico’s, maar vaak wel lagere marges

Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen een sterke beurs en een dure beurs. Dat zijn namelijk niet altijd dezelfde dingen. Wanneer bedrijfswinsten stijgen en aandelenkoersen volgen die winstgroei, is daar weinig mis mee. Problematisch wordt het wanneer de verwachtingen sneller stijgen dan de winsten zelf. Dan ontstaat een situatie waarin beleggers vandaag al betalen voor successen die misschien pas over jaren worden gerealiseerd. Dat lijkt momenteel op verschillende plaatsen zichtbaar. Met name binnen de technologiesector zijn waarderingen fors opgelopen. Sommige ondernemingen worden gewaardeerd alsof de groei van de afgelopen jaren nog vele jaren onverminderd zal doorgaan.

De geschiedenis leert echter dat dergelijke verwachtingen niet altijd uitkomen. Tijdens de internethausse in 1998 en 1999 leek eveneens een nieuwe economische werkelijkheid te ontstaan. Internet zou alles veranderen. Dat bleek uiteindelijk ook waar te zijn. Alleen waren veel beurskoersen destijds al zó ver vooruitgelopen op die ontwikkeling dat de daaropvolgende correctie onvermijdelijk werd. De zeepbel barstte dan ook in het voorjaar van 2000. Dat is een belangrijk inzicht. Een technologische revolutie kan reëel zijn, terwijl tegelijkertijd de beurswaarderingen te hoog worden.

AI: revolutie of overdrijving?

Dat kunstmatige intelligentie (AI) een enorme invloed zal hebben op economie en samenleving staat nauwelijks ter discussie. De toepassingen zijn indrukwekkend en de mogelijkheden lijken vrijwel onbeperkt. Toch betekent dat niet automatisch dat iedere investering succesvol zal blijken. Momenteel investeren bedrijven bedragen die enkele jaren geleden onvoorstelbaar waren. Datacenters worden gebouwd, energie-infrastructuur wordt uitgebreid en chipfabrikanten draaien op volle capaciteit.
De vraag is echter of al deze investeringen uiteindelijk voldoende rendement opleveren. In vrijwel iedere technologische revolutie is sprake geweest van een periode van overinvestering. Dat gebeurde bij spoorwegen in de negentiende eeuw, bij telecomnetwerken rond de eeuwwisseling en bij duurzame energieprojecten in verschillende periodes. Vaak blijkt achteraf dat de technologie inderdaad succesvol was, maar dat een groot deel van de investeerders te veel heeft betaald voor de verwachte groei. Dat risico bestaat ook bij AI. Niet omdat AI geen toekomst heeft, maar omdat de verwachtingen inmiddels zo hoog zijn geworden dat zelfs uitstekende resultaten nog kunnen tegenvallen.

Geopolitiek blijft een onderschat risico

Naast waarderingen is er nog een tweede factor die aandacht verdient: geopolitiek. Financiële markten hebben de opmerkelijke eigenschap om risico’s lange tijd te negeren. Zolang er geen directe economische gevolgen zichtbaar zijn, worden conflicten vaak naar de achtergrond geschoven. Toch blijft de wereldsituatie fragiel. De oorlog in Oekraïne duurt voort. De spanningen tussen China en Taiwan zijn niet verdwenen. En ook al lijkt een bestand tussen de Verenigde Staten en Iran aanstaande, het Midden-Oosten blijft onvoorspelbaar. Daarnaast neemt de concurrentie tussen economische machtsblokken toe. De afgelopen jaren hebben beleggers geleerd om geopolitieke schokken snel te relativeren. Dat kan terecht zijn, maar het kan ook leiden tot onderschatting van risico’s. Niemand weet welk incident de volgende grote marktcorrectie zal veroorzaken. Vaak blijkt achteraf dat niet het incident zelf, maar de kwetsbaarheid van de markt de doorslag gaf. Een markt die duur geprijsd is, reageert immers veel gevoeliger op tegenvallers dan een markt die al laag gewaardeerd is.

Warren Buffett en de onvermijdelijkheid van correcties

In dit verband is het interessant om te kijken naar de uitspraken van de legendarische belegger Warren Buffett. Buffett heeft gedurende zijn lange carrière steeds hetzelfde principe benadrukt: beurscorrecties horen bij beleggen. Ze zijn geen uitzondering, maar een normaal onderdeel van het systeem. Volgens Buffett vinden forse dalingen nu eenmaal periodiek plaats. Soms zonder grote economische gevolgen, soms ontwrichtend voor de gehele wereldeconomie. Soms ook als onderdeel van een recessie of financiële crisis. Het precieze moment is niet voorspelbaar, maar het verschijnsel zelf wel. Dat inzicht klinkt eenvoudig, maar wordt tijdens langdurige stijgingsperiodes vaak vergeten. Naarmate de beurs langer stijgt, ontstaat gemakkelijk de indruk dat risico’s kleiner zijn geworden. In werkelijkheid gebeurt vaak het tegenovergestelde. Juist wanneer vrijwel iedereen overtuigd raakt van verdere stijgingen, neemt de kwetsbaarheid toe.

Mag je dan voorsorteren op een daling?

Hier begint een van de meest interessante discussies binnen de beleggingswereld. Aan de ene kant staat het bekende argument dat niemand de markt kan timen. Wie uitstapt, mist mogelijk verdere koersstijgingen. Veel onderzoeken tonen aan dat langdurig belegd blijven vaak betere resultaten oplevert dan voortdurend proberen in en uit de markt te stappen. Dat argument heeft veel waarde. Maar er bestaat ook een andere benadering. Die benadering probeert niet exact het moment van een beurscrash te voorspellen. Niemand kan dat. Het uitgangspunt is veel eenvoudiger: wanneer waarderingen uitzonderlijk hoog zijn geworden, kan het verstandig zijn om risico’s geleidelijk te verlagen. Dat is iets anders dan speculeren op een onmiddellijke beurskrach. Het gaat om strategische allocatie. Wanneer aandelen historisch duur zijn en de risico-rendementsverhouding minder aantrekkelijk wordt, kan een gedeeltelijke verschuiving naar liquiditeiten of kortlopende obligaties rationeel zijn. Niet omdat men zeker weet dat een daling morgen begint, maar omdat het verwachte extra rendement van de laatste stijgingsfase mogelijk niet meer opweegt tegen het risico van een forse correctie.

Veiligheid voor nu

Het eerste voordeel van een hogere liquiditeitspositie is relatief eenvoudig. Wanneer de beurs 30% daalt en een portefeuille voor een belangrijk deel uit liquiditeiten bestaat, zal de totale waardedaling aanzienlijk beperkter zijn. Dat biedt rust. Veel beleggers onderschatten hoeveel emotionele druk ontstaat tijdens forse beurscorrecties. Een daling van 10% is vervelend. Een daling van 30% of 40% voelt voor velen heel anders. Juist in zulke periodes worden vaak de slechtste beslissingen genomen. Een grotere buffer vermindert die druk en vergroot de mogelijkheid om rationeel te blijven handelen.

Kracht voor straks

Het tweede voordeel is misschien nog belangrijker. Liquiditeiten vertegenwoordigen namelijk niet alleen veiligheid, maar ook koopkracht. Wie tijdens een forse correctie over voldoende middelen beschikt, kan kwaliteitsbedrijven tegen aanzienlijk lagere prijzen kopen. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk blijkt het verrassend moeilijk. Veel beleggers zijn tijdens beursdalingen volledig belegd en hebben onvoldoende ruimte om kansen te benutten.

De geschiedenis laat zien dat de grootste vermogensgroei vaak ontstaat door aankopen tijdens perioden van pessimisme. Na de beurskrach van 1929. Na de kredietcrisis van 2008. Na de coronacrash van 2020. Na diverse eerdere beurscorrecties. Steeds weer bleek dat liquiditeit in moeilijke tijden een uiterst waardevolle strategische positie kon zijn.

Het gevaar van alles of niets

Toch schuilt hier een belangrijke valkuil. Voorsorteren op een mogelijke beursdaling betekent niet dat een portefeuille volledig liquide moet worden gemaakt. Dat zou immers impliceren dat men exact weet wanneer de markt gaat dalen. En juist dat weet niemand. Een meer evenwichtige benadering bestaat uit geleidelijke her-allocatie. Niet alles verkopen, maar bijvoorbeeld stapsgewijs winst nemen op sterk gestegen posities. Niet gokken op een onmiddellijke crash, maar bewust een grotere reserve opbouwen. Dat creëert flexibiliteit zonder de mogelijkheid op verdere koersstijgingen volledig op te geven.

Timing is niet hetzelfde als speculeren

Vaak wordt gezegd dat timing onmogelijk is. In absolute zin klopt dat. Niemand kan voorspellen wat de beurs volgende maand of volgend kwartaal zal doen. Maar er bestaat een verschil tussen exacte timing en waarderingsgedreven allocatie. Wanneer een huis twee keer zo duur is als enkele jaren geleden, zal vrijwel iedereen zich afvragen of de prijs nog redelijk is. Hetzelfde geldt voor ondernemingen, obligaties of vastgoed. In alle andere onderdelen van het economische leven speelt prijs een cruciale rol. Waarom zou dat voor aandelen anders zijn? Goedkoop kopen en duur verkopen blijft uiteindelijk de kern van succesvol beleggen. Dat betekent niet dat iedere dure markt onmiddellijk zal dalen. Het betekent wel dat toekomstige rendementen vaak lager worden naarmate de waarderingen verder oplopen.

Conclusie

Niemand weet wanneer de volgende grote beurscorrectie zal plaatsvinden. Misschien duurt de huidige hausse nog maanden. Misschien zelfs jaren. Maar wie uitsluitend kijkt naar het optimisme rond AI, de zucht naar renteverlagingen en geopolitieke ontspanning, ziet slechts één kant van het verhaal. De andere kant bestaat uit hoge waarderingen, toenemende schulden, hardnekkige grote inflatierisico’s, geopolitieke onzekerheid en verwachtingen die mogelijk te ver zijn doorgeschoten. Dat betekent niet dat aandelen moeten worden gemeden. Wél dat je jezelf mag afvragen of het najagen van de laatste paar procent koerswinst nog steeds de beste strategie is. Soms is verstandig beleggen niet het maximaliseren van rendement op de korte termijn, maar het creëren van ruimte voor kansen op de lange termijn. Een hogere liquiditeitspositie kan daarbij een belangrijke rol spelen. Niet uit angst voor morgen, maar uit voorbereiding op overmorgen. Want uiteindelijk wordt vermogen niet alleen opgebouwd door mee te doen aan stijgende markten, maar ook door klaar te staan wanneer de volgende grote kans zich aandient.

 

Blog: Blik op de koers


Waarom de laatste 10% winst soms de grootste fout kan zijn

{{brizy_dc_image_alt entityId=
Wie de financiële markten de afgelopen jaren heeft gevolgd, moet wel onder de indruk zijn van de enorme veerkracht van aandelen. Oorlogen, politieke spanningen, oplopende overheidsschulden, inflatiegolven en economische onzekerheid hebben de beurs slechts tijdelijk uit het lood geslagen. Steeds opnieuw werden nieuwe records bereikt. Vooral de Amerikaanse aandelenmarkt lijkt soms maar één richting te kennen: omhoog. Maar juist op momenten waarop vrijwel iedereen optimistisch is, zou je jezelf moeten afvragen: wat als de verwachtingen te hoog zijn geworden?

Beleggen is net zeilen

{{brizy_dc_image_alt entityId=
Een fout die ik vaak zie – bij beginnende zeilers én beleggers – is dat ze denken alles onder controle te kunnen houden. Dat lijkt geruststellend, maar werkt in de praktijk juist tegen je. Met de zomer in aantocht bereid ik me weer voor op een nieuwe zeiltocht. En elke keer valt me op hoeveel beleggen en zeilen op elkaar lijken.

Waarom een zelfstandig vermogensbeheerder vaak beter bij jou past dan een bank

{{brizy_dc_image_alt entityId=
Wil jij jouw vermogen laten beheren? Dan kom je al snel uit bij de bank. Logisch: daar zit je al, het voelt vertrouwd en alles lijkt overzichtelijk geregeld. Toch groeit al jaren de discussie of dit wel de beste keuze is. Steeds vaker wijzen onderzoeken, marktanalyses en zelfs toezichthouders op duidelijke verschillen tussen banken en zelfstandige vermogensbeheerders en die verschillen zijn veel belangrijker dan veel beleggers denken.

De' Medici

Samen jouw financiële doelen bereiken?

Wil je meer informatie, heb je vragen of wil je ons persoonlijk spreken? We zijn er voor jou en staan klaar om je te helpen.